Melkveehouders kunnen op heel wat manieren inzetten op
circulaire landbouw en hun koolstofvoetafdruk verkleinen,
bijvoorbeeld via een pocketvergister. Hoe werkt dat precies?

“Een pocketvergister zet de biomassa van een boerderij
– meestal mest – om in biogas. Dat gebeurt via anaerobe
vergisting: bacteriën breken de biomassa af in een
zuurstofvrije omgeving. Daarbij ontstaat methaan, wat ook
in aardgas zit. Zo krijg je op een biologische manier een
equivalent van aardgas, en dus hernieuwbare energie.
Een deel van de mest wordt dus gas, het andere deel
blijft over als digestaat. Dat bevat nog alle nutriënten
zoals stikstof en fosfor, maar in een vorm die makkelijker
opneembaar is voor planten en dus ook interessant
als bemestingsproduct. Bovendien bevat het koolstof
die trager afbreekt in de bodem, wat goed is voor de
koolstofopbouw en dus voor de bodemkwaliteit.
Een pocketvergister werkt op veel kleinere schaal dan
klassieke vergistingsinstallaties zoals bijvoorbeeld die
voor gft, en is daarom perfect voor op de boerderij.


Welke voordelen heeft pocketvergisting voor
melkveehouders?

“Eerst en vooral wek je er hernieuwbare energie mee op.
Dat is niet alleen goedkoper, maar maakt de landbouwer ook
minder afhankelijk van het elektriciteitsnet. Een gemiddelde
pocketvergister levert op jaarbasis namelijk 156.000 kWh
groene elektriciteit – dat is doorgaans voldoende om het
bedrijf 100% van stroom te voorzien. Daarnaast speelt de
klimaatimpact een grote rol. Mest van herkauwers is de
grootste bron van methaanuitstoot, en methaan is dertig keer krachtiger dan CO2
als broeikasgas. Door die mest in een
vergister te verwerken, vang je de methaan op vóór het in de
atmosfeer terechtkomt. Zo krijg je een flinke vermindering
van je koolstofvoetafdruk: tot wel 30 à 50% reductie.”


Hoe gangbaar is de pocketvergister voor melkveehouders
vandaag, en wat is volgens jou het toekomstpotentieel?

“Ik schat dat er in Vlaanderen momenteel een kleine honderdtal
pocketvergisters in gebruik zijn, en dat aantal groeit snel. Het
is een investering – die meevalt als je ze afzet tegenover de
totale kost van een landbouwbedrijf – maar er zijn subsidies
beschikbaar en je zit met een terugverdientijd van tussen de
drie en zes jaar. Technisch is het ruimschoots bewezen dat
pocketvergisters zowel economisch als ecologisch rendabel
zijn. Eigenlijk is het dus een no-brainer voor de sector.”

Een andere circulaire toepassing waar veel over gesproken
wordt, is Renure. Wat houdt dat precies in?

“Als je aan bemesting denkt, denk je snel aan dierlijke mest,
maar we gebruiken ook veel kunstmest. Dat wordt gemaakt
van aardgas via een intensief industrieel proces dat goed
is voor 5% van het wereldwijde aardgasverbruik. Je zou
daarop verwachten dat kunstmest enkel nodig is waar geen
dierlijke mest beschikbaar is, maar in Vlaanderen – waar we
daar zeker geen tekort aan hebben – komt toch 40% van de
gebruikte meststoffen uit kunstmest, in Europa zelfs 50%.
Dierlijke mest bevat 50 à 60% stikstof die door planten wordt
opgenomen, de rest spoelt uit in nabijgelegen rivieren en vervuilt
zo ons milieu. In de jaren ’90 werd daarom een limiet ingevoerd
op hoeveel dierlijke mest je mag gebruiken, om overbemesting
te vermijden. Maar omdat gewassen vaak meer stikstof nodig
hadden, mocht men bijkomend kunstmest gebruiken, dat
voor 100% door de plant wordt opgenomen. Bij een teveel
belandt ook dat overschot echter opnieuw in de natuur.

Renure – kort voor recovered nitrogen from manure – biedt een
duurzamer alternatief. Via een stripping-scrubbinginstallatie
kan een landbouwer zelf stikstof uit mest halen en opwerken
tot een product met dezelfde kwaliteit als kunstmest. Renure
heeft een even goede werking en dezelfde milieu-impact
als kunstmest, dus het is een open deur om daar meer op in
te zetten: je vervangt fossiel aardgas door een biogebaseerde
grondstof, vermindert mestoverschotten en verhoogt
de werkzaamheid van mest. De productie van Renure
in Vlaanderen is vandaag nog beperkt, namelijk zo’n
39.500 ton product. Slechts een fractie daarvan gebeurt
rechtstreeks op melkveebedrijven. Maar het potentieel
in Europa is groot: jaarlijks is er zo’n 1,4 tot 1,8 miljard
ton mest die we hiervoor perfect kunnen gebruiken.”


Kunnen deze technologieën het verschil maken voor de
sector?

“Zeker weten. Zowel pocketvergisters als Renure hebben een
grote impact op het verkleinen van de koolstofvoetafdruk,
en ze kunnen elkaar zelfs aanvullen. Natuurlijk heb je
installaties nodig – een pocketvergister voor de vergisting
en een stripping-scrubbinginstallatie voor Renure – maar
dat kan perfect op landbouwschaal. Het enige struikelblok
vandaag is dat Renure in de regelgeving nog altijd als
dierlijke mest wordt beschouwd. Daardoor blijven de
huidige gebruiksbeperkingen gelden. De wetgeving loopt
momenteel achter op de technologische ontwikkelingen.
Hopelijk komt daar binnenkort verandering in, en kan
de overheid zwaarder wegen op de Europese beleids- en
visievorming. Ook een meer stimulerend beleid naar
landbouwers toe kan helpen, vooral op administratief vlak.”

Haal meer uit je mest

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Contacteer ons

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00

Maandag - vrijdag
8:30 - 17:00