Met een pocketvergister produceren melkveehouders Dries Maenhout en Brenda Dewinter uit het Oost-Vlaamse Poeke eigen energie uit de mest van hun 170 melkkoeien. Tijdens een studiedag georganiseerd door Boerenbond kregen 130 geïnteresseerden de kans om de nieuwe installatie te bezoeken. De combinatie van de vergister met een stripper-scrubber zorgt behalve voor ammoniakreductie ook voor de optimalisatie van de meststroom. “We wachten nog op de erkenning van Renure tot kunstmestvervanger. Dan kunnen we het geproduceerde ammoniumsulfaat voor een deel zelf inzetten en tot waarde brengen.”
Sinds een jaar draait de pocketvergister op het bedrijf van Dries Maenhout en Brenda Dewinter uit Poeke op volle toeren. Het Oost-Vlaamse melkveebedrijf dat op een boogscheut van Aalter ligt, telt 170 melkkoeien die met melkrobots worden gemolken. Achter de melkveestallen op het gemengde bedrijf staat sinds enige tijd een vergister gekoppeld met een stripper-scrubber.
Dat de verwachtingen rond de techniek hoog zijn, was te zien in het ruime aantal bezoekers. Zo’n 130 geïnteresseerde landbouwers, ambtenaren, adviseurs en toeleveranciers waren naar Poeke en vervolgens Meulebeke afgezakt richting de demodag biovergisting georganiseerd door Boerenbond.
Pilootbedrijf met vergister en stripper
De familie Maenhout-Dewinter was begin vorig jaar het eerste bedrijf in Vlaanderen dat een vergunning kreeg voor de installatie van een pocketvergister met een stikstofstripper, zo maakt Dries Maenhout duidelijk. Door het potentieel van de techniek kreeg het bedrijf, dat als pilootbedrijf functioneert, VLIF-innovatiesteun en een bijdrage uit het PAS-innovatiesteunfonds van Boerenbond. Terwijl de werken aan de installatie nog steeds verder lopen, blikt Maenhout terug op de eerste maanden. De pocketvergister voorziet het bedrijf van stroom en draait momenteel dag en nacht en haalt zo 80 procent van zijn capaciteit. “De vergister is in principe net iets te groot gebouwd. Om de capaciteit naar een percentage van 100 procent op te krikken, zouden we in de toekomst iets van coproducten in het vergistingsproces kunnen toevoegen.”
Combinatie van technieken
Het is de combinatie van de verschillende technieken die volgens Biolectric, leverancier van pocketvergisters, en Detricon, de bouwer van de stikstofstripper-scrubbre, verantwoordelijk is voor de totale stikstofreductie. “Het mest vergisten begint altijd in de stal bij een gesloten stalvloer waarvan de mest vier keer per dag wordt afgevoerd richting vegister”, legt Peter Fopma van Biolectric uit. De producten van biovergisters plaatste al 400 installaties in Europa. De mest kom achter in de mesttank die volledig is geïsoleerd, voorzien van een gaskap en een extra beschermingskap die onder compressie is gehouden. De vergister telt twee motoren van 22 Kw. Er bestaan installaties voor alle maten bedrijven en het vergistingsproces is volautomatisch en zo geeft Fopma nog mee. “De motoren moeten bijvoorbeeld elke tijd gecontroleerd worden en voorzien worden van nieuwe olie. Onderzoek bij honderd klanten toont dat er ongeveer negen minuten werk per dag in zit.”
In de nabijliggende schuur start de nabewerking van de mest. Na verwerking in de pocketvergister wordt de mest gescheiden door een centrifuge. De dunne fractie gaat vervolgens door de stripper-scrubber. Door manipulatie van temperatuur en zuurtegraad kan de ammoniak uit de dunne fractie van mest of digestaat gerecupereerd worden. Hoe hoger de temperatuur en zuurtegraad, hoe meer ammoniak er zich in de gasvorm bevindt. Vervolgens wordt het met ammoniak verzadigde gas in contact gebracht met een sterk zure oplossing, zwavelzuur of salpeterzuur, om het neer te slaan in de vorm van ammoniumsulfaat of ammoniumnitraat. Dries Maenhout voorzag in een opslagtank voor zwavelzuur en produceert ammoniumsulfaat. “Het ammoniumsulfaat kan op termijn als meststof gebruikt en verkocht worden”, aldus Maenhout die aangeeft zelf ruimte te hebben voor de helft van het geproduceerde volume. Dat kan pas wanneer deze bedrijfseigen meststof de status van Renure krijgt en dus niet langer als dierlijke mest wordt aanschouwd. Het is aan Europa om te beslissen of Renure in de toekomt kan gezien worden als kunstmestvervanger.
Behalve een verbetering op vlak van nutriëntenrecuperatie en het oplossen van het mestprobleem kan de techniek ook de stikstofemissie helpen reduceren. De techniek is echter niet erkend in Vlaanderen en om die reden hebben Biolectric en Detricon de handen ineengeslagen om het systeem op de PAS-lijst te krijgen. “We starten volgend jaar met metingen op een aantal proefbedrijven om zo bewijs te kunnen leveren voor de stikstofreductie.” Volgens onderzoek van Wageningen Universiteit kan de techniek de stikstofuitstoot met 65 procent verminderen en zou de techniek, de methaanuitstoot met 82 procent verlagen.
Werken aan PAS-erkenning
Een PAS-erkenning zou een stimulans kunnen betekenen voor de techniek. Naar schatting draaien momenteel zo’n zestig tot tachtig pocketvergisters in Vlaanderen. De rendabiliteit van de verschillende technieken is een belangrijke factor. Voor het investeren in een pocketvergister is sprake van verschillen tussen robots of klassiek melken. Bij klassiek gemolken koeien is een pocketvergister haalbaar vanaf 100 melkkoeien, bij melkrobots ligt de grens op 130 melkkoeien. Voor de nabewerking van de mest is sprake van een aantal onzekere factoren. “De rendabiliteit hangt af van de techniek maar ook van de erkenning van Renure. De kunstmestprijs, mestafzetprijs en eventuele mestverwerkingskost kunnen allemaal in rekening worden gebracht. Ook de bemestingsoppervlakte speelt een rol in de investering.” Eens Renure erkend is, dan zijn er nog een aantal losse eindjes in te vullen zoals de toedieningstechniek. “Het wordt wellicht verplicht om emissiearm te bemesten en dan komt de spaakwielbemester of bemesten met bijvoorbeeld een sleufkouter in beeld. Er lopen ook proeven met een toediening via de rijenfrees in aardappelen of in de rij bij de maiszaai.” Besparing op mestafzetkoten.
De familie Maenhout-Dewinter zet met de investering een flinke stap voorwaarts. De ondernemers verwachten hun investering in tien jaar terug te verdienen, los van de PAS-erkenning. “De pocketvergister produceert stroom die we op het bedrijf kunnen inzetten en de installatie kan tegelijkertijdf helpen onze mestafzetkosten reduceren”, vertelt de veehouder. Door de hygiënisatie-unit die de dikke fractie opwarmt en zo de bacteriën in de dikke fractie afdoodt wordt de mest gezuiverd. “Door het hygiëniseren kunnen we de dikke fractie afvoeren naar Frankrijk, waar er veel vraag is naar dergelijke nutriënten”, aldus Maenhout. Op termijn ziet hij mogelijkheden voor afzet richting lokale tuinbouwbedrijven. Het bedrijf probeert zo de kostenpost van ongeveer 100.000 euro per jaar voor mestafzet te verkleinen. “Eens erkend als Renure kunnen we de installatie echt goed benutten”, besluit Maenhout.






